Trillingsmetingen SBR Richtlijn B

Trillingsmetingen HINDER – SBR richtlijn B 

De meet- en beoordelingsrichtlijn B, “Hinder voor personen in gebouwen” bevat richtlijnen voor het meten en beoordelen van hinder voor personen. De richtlijn maakt onderscheid in de functie van het gebouw en de aard van de trillingsbron en onderscheid in bestaande, gewijzigde en nieuwe situaties.
In de Richtlijn vindt de beoordeling plaats door middel van A1, Aen A3

  1. A1 is de onderste streefwaarde voor de trillingssterkte Vmax;
  2. A2 is de bovenste streefwaarde voor de trillingssterkte Vmax;
  3. A3 is de streefwaarde voor de trillingssterkte Vper.

Voor de hoogte van de streefwaarden geldt in algemene zin dat A3 < A1 < A2.  Er wordt voldaan aan de streefwaarden indien:

  • De waarde van de maximale trillingssterkte in een ruimte (Vmax) kleiner is dan A1, of;
  • De waarde van de maximale trillingssterkte van een ruimte (Vmax) kleiner is dan A2 waarbij de trillingssterkte over de beoordelingsperiode voor de ruimte (Vper) kleiner is dan A3.

In de richtlijn zijn de streefwaarden onder andere gebaseerd op de functie van het gebouw waar de trillingen beoordeeld moeten worden en de aard van de trillingsbron.

Trillingen die continu en gedurende lange tijd optreden

Trillingen die continu en gedurende lange tijd optreden diene voor zowel bestaande- als nieuwe situaties beoordeeld te worden conform onderstaande tabel 1.

Tabel 1: continue trillingen gedurende lange tijd

Soort inrichting

Dag-Avond

Nacht


A1

A2

A3

A1

A2

A3

Gezondheidszorg

0,10

0,40

0,05

0,10

0,20

0,05

Wonen

0,10

0,40

0,05

0,10

0,20

0,05

Onderwijs – Kantoor

0,15

0,60

0,07

0,15

0,60

0,07

Bijeenkomsten

0,15

0,60

0,07

0,15

0,60

0,07

Kritische werkruimten

0,10

0,10

0,10

,010

Voor gebouwen die zich op een industrieterrein bevinden (of op een lokatie die als zodanig is bestemd) mogen, na gemotiveerde afweging, hogere streefwaarden worden aangehouden. Als vuistregel kunnen de bovenstaande waarden uit tabel 1 worden vermenigvuldigd met factor 1.8. Dit geldt echter niet voor kritische werkruimten. De streefwaarden uit tabel 1 zijn qua aantal gemaximaliseerd.

Voor de gezondheidszorg geldt dat het aantal intervallen van 30 seconden met een waarde van Veff,max van 0,4 in de dagperiode niet meer dan 22 mag bedragen en in de avondperiode niet meer dan 7. Voor de nachtperiode geldt een strengere eis van Veff,max va 0,2 gedurende intervallen van 30 seconden, deze mag niet meer bedragen dan 60. Het aantal intervallen kan alsvolgt worden berekend, in deze formule is Tp de tijdsduur van de beoordelingsperiode in seconden.

Trillingen gedurende lange tijd herhaald (rail- en wegverkeer)

Voor trillingen die gedurende lange tijd herhaald voorkomen wordt een onderscheid gemaakt tussen bestaande en nieuw situaties.

Bestaande situaties

Herhaald voorkomende trillingen die gedurende lange tijd (langer dan 3 maanden) in gebouwen optreden dienen in bestaande situaties te worden beoordeeld conform onderstaande tabel 2.

Tabel 2: streefwaarden voor herhaald voorkomende trillingen (bestaande situatie)

Gebouwfunctie

Dag-Avond

Nacht


A1

A2

A3

A1

A2

A3

Gezondheidszorg

0,20

0,8

0,10

0,20

0,4

0,10

Wonen

0,20

0,8

0,10

0,20

0,4

0,10

Onderwijs – Kantoor

0,30

1,2

0,15

0,30

1,2

0,15

Bijeenkomsten

0,30

1,2

0,15

0,30

1,2

0,15

Kritische werkruimten

0,10

0,1

0,10

0,1

Voor gebouwen die zich op een industrieterrein bevinden (of op een lokatie die als zodanig is bestemd) mogen, na gemotiveerde afweging, hogere streefwaarden worden aangehouden. Als vuistregel kunnen de bovenstaande waarden uit tabel 1 worden vermenigvuldigd met factor 1.8. Dit geldt echter niet voor kritische werkruimten.

Nieuwe situaties

Herhaald voorkomende trillingen die gedurende lange tijd (langer dan 3 maanden) in gebouwen optreden dienen in nieuwe situaties te worden beoordeeld conform onderstaande tabel 3.

Tabel 3: herhaald voorkomende trillingen (langer dan 3 maanden)

Soort inrichting Dag-Avond Nacht

A1 A2 A3 A1 A2 A3
Gezondheidszorg 0,10 0,40 0,05 0,10 0,20 0,05
Wonen 0,10 0,40 0,05 0,10 0,20 0,05
Onderwijs – Kantoor 0,15 0,60 0,07 0,15 0,60 0,07
Bijeenkomsten 0,15 0,60 0,07 0,15 0,60 0,07
Kritische werkruimten 0,10 0,10 0,10 0,10

Gewijzigde situaties

Bij de beoordeling van gewijzigde situaties (als rail- of wegverkeer de bron is) geldt als uitgangspunt dat de wijziging niet tot een verhoging van de reeds aanwezige trillingsniveaus mag leiden. Dit houdt in dat de trillingsniveaus in de ongewijzigde situatie bekend moeten zijn voordat de wijziging plaatsvindt.

Trillingsniveaus veroorzaakt door ondergronds railverkeer

Voor trillingen die veroorzaakt worden door ondergronds railverkeer dient voor de boordeling altijd te worden uitgegaan van de streefwaarden voor een nieuwe situatie. Continu of herhaald voorkomende trillingen over een korte periode (bouw- en sloopwerkzaamheden).Voor continu of herhaald voorkomende trillingen over een korte periode (78 dagen of korter) kunnen tijdelijk hogere waarden worden toegelaten dan volgens tabel 1 of 2. Er zal dan wel hinder optreden, maar deze kan, indien gemotiveerd, in verband met de korte duur en noodzakelijkheid van de werkzaamheden in veel gevallen worden geaccepteerd. Afwijking van de waarden kan in principe alleen voor de dagperiode

Tabel 4: streefwaarden in de dagperiode voor bouw en sloopwerkzaaheden (niet langer dan 78 dagen)

duur D van de activiteiten gedurende korte periode (< 78 dagen)
1 dag ≤ D 6 dagen < D ≤26 dagen 26 dagen < D ≤ 78 dagen
A1 A2 A3 A1 A2 A3 A1 A2 A3
0,8 6,0 0,4 0,4 6,0 0,3 0,3 6,0 0,2

Voor de avond- en nachtperiode gelden de streefwaarden zoals weergegeven in tabel 1.

Bij het toepassen van bovenstaande hogere streefwaarden moet er rekening mee worden gehouden dat de mogelijkheid bestaat dat er schade aan gebouwen kan ontstaan. Voor de beoordeling hiervan verwijzen we naar SBR richtlijn A. Onderstaand diagram geeft de streefwaarden aan voor A1in de periode van 1 – 78 dagen.

Hoe waardeer jij dit artikel?
[Total: 0 Average: 0]
Terug naar het overzicht van Artikelen